zinskern

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zins·kern
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zinskern zinskernen
verkleinwoord zinskerntje zinskerntjes

Zelfstandig naamwoord

zinskern v/m

  1. de benaming voor de grammaticale basis van de zin, die uit het onderwerp en het volledige gezegde bestaat
    • De zinskern is het kleinste deel van een langere zin dat in principe een zelfstandige zin kan vormen, de voorwerpen en bepalingen kunnen dat niet. 

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be