zenderaanbod

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zen·der·aan·bod
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zenderaanbod -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zenderaanbod

  1. (media) het geheel aan zenders die via de televisie of radio kunnen worden ontvangen
    • "Hoe valt het te waarderen dat, zoals onderzoek uitwijst, mensen bij vergroting van het zenderaanbod geneigd zijn naar méér van hetzelfde, te weten, licht amusement en sport te gaan kijken en minder naar culturele en informatieve programma's?"[1] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Hans Blokland (1988), "Socialistische cultuurpolitiek. Een onderzoek naar een fundament", Hollands Maandblad, jg. 1988, nr. 482-493.