zaaikorf

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaai·korf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaaikorf zaaikorven
verkleinwoord zaaikorfje zaaikorfjes

Zelfstandig naamwoord

zaaikorf m/v

  1. een korf waarin het te zaaien zaad ligt tijdens het zaaien
    • De zaaikorf was bijna leeg toen de boer klaar was met zaaien. 

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be