wolkammer

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wol·kam·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wolkammer wolkammers
verkleinwoord wolkammertje wolkammertjes

Zelfstandig naamwoord

wolkammer m

  1. (beroep) iemand die wol kamt
Synoniemen

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be