Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wol·kam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wolkam wolkammen
verkleinwoord wolkammetje wolkammetjes

Zelfstandig naamwoord

wolkam m

  1. een kam waarmee wolwevers de vezels van de wol ontrafelen en evenwijdig leggen
Synoniemen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be