Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wiel·as
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wielas wielassen
verkleinwoord wielasje wielasjes

Zelfstandig naamwoord

wielas v / m

  1. (werktuigbouwkunde) as waarom een wiel draait

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be