watervoorraad

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·voor·raad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord watervoorraad watervoorraden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

watervoorraad m

  1. voorraad aan drinkwater.
     Hierdoor had ik steeds zoveel dorst dat mijn watervoorraad van ruim zeven liter erg snel op dreigde te raken.[1]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers