vroegte

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Oude afleiding van het bijvoeglijk naamwoord vroeg met het achtervoegsel -te. [1]
Woordafbreking
  • vroeg·te
enkelvoud meervoud
naamwoord vroegte vroegtes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vroegte v

  1. (tijdrekening) begin van de morgen
     Ik werd in alle vroegte gewekt door iemand die over mijn scheerlijn struikelde en brommend verder liep.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. vroegte op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be