• vlees·soort
enkelvoud meervoud
naamwoord vleessoort vleessoorten
verkleinwoord

de vleessoortv / m [1]

  1. type vlees; vlees van een bepaald dier en van een bepaald deel van het dier
     Er was een overvloed aan voedsel: koude kip, zalm, verschillende vleessoorten en salades.[2]
     De absorptie van eiwitten kan ook anders zijn in de dikke darm, waar voedsel tot 24 uur kan blijven liggen. Die tijdspanne werd niet getest in het experiment. Tot slot hangt de eiwitopname van specifieke vleesvervangers en andere vleessoorten dan kipfilet af van hun individuele samenstelling en verwerking.[3]



  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Victoria Holt
    “Vlucht van de zeven zwaluwen” (1992), Saga, ISBN 9788726484892
  3.   Weblink bron “Het lichaam neemt eiwitten in vleesvervangers minder goed op” (29 juni 2022), NewScientist