verwondering

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·won·de·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verwondering -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

verwondering v

  1. de mate van verwonderd zijn
    • Zijn verwondering was erg groot toen hij het eindresultaat zag. 
     Decoraties en meubelstukken uit ver van elkaar verwijderde tijdvakken hingen en stonden elkaar met verwondering aan te staren.[1]
     De PCT heeft geen religieuze wortels behalve verwondering over de natuur.[2]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard   “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers  , ISBN 978-90-295-2622-7, p. 17
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be