• ver·staan·baar·heid
enkelvoud meervoud
naamwoord verstaanbaarheid
verkleinwoord

de verstaanbaarheidv

  1. het kunnen begrijpen wat er gezegd wordt
     De rechter-commissaris dacht na, en zei toen tegen zijn medewerker: 'Noteer even: verstaanbaarheid testen in het cellenblok.[2]
     De resolutie bedraagt 1280x720 pixels en de beeldkwaliteit is niet overdonderend, maar dat geldt voor vrijwel alle webcams. De luidsprekers zijn aan de onderkant gemonteerd en reflecteren geluid dus via het oppervlak waarop de laptop staat. Op maximaal volume lijken de luidsprekertjes niet bijzonder veel volume te produceren, genoeg voor in een stille ruimte, maar waarschijnlijk is de verstaanbaarheid slecht bij veel omgevingsgeluid.[3]


  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. “Advocaat van de Hanen” (1990), De Bezige Bij  , ISBN 9789023479925
  3.   Weblink bron “Dit is de beste laptop tot 500 euro” (06-12-2020), Tubantia