veroordeling

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·oor·de·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord veroordeling veroordelingen
verkleinwoord veroordelinkje veroordelinkjes

Zelfstandig naamwoord

veroordeling v

  1. een uitspraak van een rechter waarbij de beschuldigde iets verweten wordt
  2. de oproep om iemand een straf te geven
  3. afkeuring

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be