verheien

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·hei·en
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

verheien [2]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verheien
verheide
verheid
zwak -d volledig
  1. dor en droog worden van landbouwgronden en de daarop groeiende gewassen
Synoniemen

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders;
26 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen