verbindingsstuk


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bin·dings·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verbindingsstuk verbindingsstukken
verkleinwoord verbindingsstukje verbindingsstukjes

Zelfstandig naamwoord

verbindingsstuk o

  1. voorwerp dat twee zaken aan elkaar verbindt
    • Het door onbekende redenen losgeraakte stuk metaal was een verbindingsstuk dat 10 kilo woog en terechtkwam op een plek in de wissel. De SNCF gaat al deze verbindingstukken op het netwerk nakijken. [1] 
    • Ook kan er met de Galaxy Gear worden gebeld door je smartwatch tegen je oor te houden. De Gear werkt in dat geval als een verbindingsstuk naar je Galaxy-smartphone, die dus in je zak kan blijven zitten. De Galaxy Gear komt in zes kleuren en is van lichtgewicht roestvrij staal gemaakt. [2] 
    • Bij het project werkt het Roermondse bedrijf samen met branchegenoot Smulders. Die levert de verbindingsstukken tussen de funderingspalen van Sif en de turbines van de Deense fabrikant Vestas. De holle palen wegen bij elkaar zo'n 40.000 ton. De verbindingsstukken zijn goed voor nog eens 10.000 ton. [3] 


Gangbaarheid


Verwijzingen