troonrede

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • troon·re·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord troonrede troonredes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

troonrede v/m

  1. Elk jaar spreekt de Koning der Nederlanden op Prinsjesdag in de Ridderzaal namens de regering de troonrede uit, waarin de regering de beleidsvoornemens voor het komende jaar verwoordt.
    • Vrijheid en veiligheid zijn kwetsbaar," zei koning Willem Alexander aan het begin van de troonrede. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be