toedracht

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·dracht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toedracht toedrachten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

toedracht v/m

  1. de wijze waarop iets gebeurd is
    • De zwarte doos moet meer vertellen over de ware toedracht van de crash. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen