toeclip


Nederlands

 
toeclip linker pedaal
Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·clip
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord toeclip toeclips
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

toeclip m

  1. (wielrennen) hulpmiddel dat de neus van de schoenen vastmaakt aan de trappers van een racefiets
     Moderniteiten als toeclips of andere trapper-schoenverbindingen zijn ongeoorloofd[2]
     Wielrenners die voor het eerst een toeclip gebruiken, dat is een feest. Ik ga bij het eerste stoplicht staan, wacht tot ze moeten stoppen en kijk dan hoe ze vloekend opzij vallen, omdat ze zijn vergeten dat ze aan hun trappers vastzitten.[3]
     Vandenbergh viel voorin weg na een val op de stenenstrook Carrefour de l'Arbre en Stybar nadat hij uit zijn toeclip was geschoten.[4]
Vertalingen

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders;
20 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. toeclip op website: Etymologiebank.nl
  2.   Weblink bron Frank Heinen “Het NK Tegenwindfietsen” (07/11/2013), HP de Tijd
  3.   Weblink bron NICO DIJKSHOORN   “De semi-erotische sfeer rond de wielersport neemt alarmerende vormen aan” (17 juli 2018), de Volkskrant
  4.   Weblink bron “Cancellara wint ook Parijs-Roubaix” (07-04-2013), NOS
  5.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be