Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·werk
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

tewerk

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord.
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

49 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be