teelbal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • teel·bal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord teelbal teelballen
verkleinwoord teelballetje teelballetjes

Zelfstandig naamwoord

teelbal m

  1. (anatomie) dat deel van de mannelijke anatomie waarin het zaad aangemaakt wordt
    • Bij castratie worden gewoonlijk de teelballen verwijderd. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be