Nederlands

 
de orriginele smiley
Uitspraak
Woordafbreking
  • smi·ley
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gezichtje gemaakt van leestekens en symbolen dat een gevoel uitdrukt’ voor het eerst aangetroffen in 1997 [1]
  • uit het Engels [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord smiley smileys
verkleinwoord smileytje smileytjes

Zelfstandig naamwoord

smiley m

  1. teken dat bestaat uit een dubbele punt, een horizontaal streepje en een haakje sluiten waardoor je kunt aangeven dat een tekst grappig bedoeld is
    • Hoe vet moet een knipoog zijn om nog te worden opgemerkt? In de gaarkeukens van opiniërend Nederland wemelt het van onbegrepen ironie. Ik ben er de afgelopen tijd op gaan letten en heb wat treffende gevallen verzameld. Vooral op sociale media, waar de zinnen los van hun context als confetti worden uitgestrooid, overheerst de neiging alles letterlijk te nemen zolang er geen smiley bij staat.[3] 
Synoniemen
Hyperoniemen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen