schoonmaakbranche


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schoon·maak·bran·che
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schoonmaakbranche schoonmaakbranches
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

schoonmaakbranche v/m

  1. alle bedrijven en organisaties die zich bezighouden met schoonmaakwerk
     Er is een cao-akkoord in de schoonmaakbranche. Schoonmakers en hun werkgevers zijn het, in principe, eens over een nieuwe, tweejarige cao. En daarmee komt er vrijwel zeker een einde aan een staking van meer dan honderd dagen.[1]

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1.   Weblink bron “Cao-akkoord in schoonmaakbranche” (Dinsdag 17 april 2012, 07:33), NOS