schietschijf

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schiet·schijf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schietschijf schietschijven
verkleinwoord schietschijfje schietschijfjes

Zelfstandig naamwoord

schietschijf v/m

  1. een ronde schijf waarop men schiet, vaak om te oefenen of als sport
  2. (figuurlijk) het doelwit

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be