samenkoppeling

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·kop·pe·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord samenkoppeling samenkoppelingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

samenkoppeling v

  1. (taalkunde) een groep woorden die samengekoppeld als één begrip fungeren
    • Een "staakt-het-vuren" of een "sta-in-de-weg" zijn samenkoppelingen, daarom worden zij met koppeltekens geschreven. 


Meer informatie

Gangbaarheid