Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gis·seurs·duo
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord regisseursduo regisseursduo's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

het regisseursduoo

  1. (kunst) (beroep) twee personen die samen de creatieve supervisie voeren over uitvoerende kunst
     Ik weet niet hoe het gesprek op de gebroeders Coen komt, zijn favoriete regisseursduo, maar terwijl hij losjes de pedalen bedient, geeft hij mij een klein college Coen-cinema.[1]
     In België kent bijna iedereen het regisseursduo inmiddels. En hoewel niet elke filmrecensent fan is van de twee, zijn de Marokkaanse Belgen 'rising stars'.[2]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. “Tonio : een requiemroman” (2011), De Bezige Bij  , ISBN 9789023467014
  2.   Weblink bron “'Min of meer waargebeurde shit' in Belgische film over Mocro-maffia” (24-01-2018), NOS