plakletter

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plak·let·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plakletter plakletters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

plakletter v/m [1]

  1. van voorgevormde letter die men op een glad oppervlak kan plakken
     Relatief kleine plaquettes met foute, vergulde krulletters en grote, witte borden met daarop de bedrijfsnaam in strakke, diamantzwarte plakletters.[2]

Gangbaarheid

Verwijzingen