opzetkast

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·zet·kast
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opzetkast opzetkasten
verkleinwoord opzetkastje opzetkastjes

Zelfstandig naamwoord

opzetkast v/m

  1. een bergmeubel dat men bovenop iets anders kan zetten
    • Toen we steeds meer tekort kregen aan opbergmogelijkheden hebben we boven op een aantal kasten een opzetkastje gezet. 

Gangbaarheid