oorbeschermer
- oor·be·scher·mer
- samenstelling van oor zn en beschermer zn
enkelvoud | meervoud | |
---|---|---|
naamwoord | oorbeschermer | oorbeschermers |
verkleinwoord | oorbeschermertje | oorbeschermertjes |
de oorbeschermer m
- toestel dat het gehoor beschermt tegen overmatig luid lawaai
- ▸ Voorzichtig pakt ze zijn linkeroorbeschermer en schuift hem naar achteren, als bij een klein kind.[1]
- ▸ Precisiewerk in de woonkamer van handboogschutter Sjef van den Berg. Dat is hij in zijn sport al jaren gewend, maar nu gebruikt hij zijn haviksoog voor het fabriceren van 3D-prints. Oorbeschermers, om precies te zijn.[2]
- ▸ Het publiek zit lekker aan de slootrand in het lange gras. De mensen genieten van de coureurs die voorbij razen. Kinderen dragen oorbeschermers. Volwassenen houden af en toe met de handen op de oren. Want het gaat hard.[3]
- Het woord oorbeschermer staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ “Onder buren” (2021), Ambo/Anthos uitgevers , ISBN 9789026356186
- ↑ Weblink bron “Handboogschutter Van den Berg gebruikt precisie nu voor 3D-printer” (zaterdag 2 mei 2020, 12:42), NOS
- ↑ Weblink bron “Klassieke motorrace op mooiste circuit van Nederland” (Redactie 27-04-2017, 19:27), Tubantia