ontmunten

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·mun·ten
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

ontmunten

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontmunten
ontmuntte
ontmunt
zwak -t volledig
  1. munten zo bewerken dat ze niet meer gebruikt kunnen worden als betaalmiddel
     De Koninklijke Munt heeft in 1999 haar laatste Belgische franken geslagen, en werkt nu op volle toeren om de voorraad euromunten tegen eind dit jaar klaar te krijgen. In ons land circuleren 4 miljard munten, die samen 16.000 ton wegen. De ingezamelde franken worden eerst "ontmunt", zodat ze onbruikbaar worden. Daarna worden ze door recyclagebedrijven gesmolten en herwerkt voor industriële toepassingen.[1]
     "In ons depot in Anderlecht", zegt Serge Bertholomé, "liggen nu 30 miljoen muntstukken te wachten om ontmunt te worden (een bewerking waardoor ze hun waarde verlezen, red.). Dat is uiteraard bijzonder weinig. Maar wij zijn maar het einde van de ketting." Bertholomé is Coördinator voor de Geldcirculatie.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

45 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron kdr “Oud metaal” (10/07/2001), De Standaard
  2.   Weblink bron “Nationale Bank verlengt "spaarpotactie"” (15/11/2001), De Standaard
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be