ontmaagden

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·maag·den
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van maagd met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontmaagden
ontmaagdde
ontmaagd
zwak -d volledig

Werkwoord

ontmaagden

  1. overgankelijk met iemand voor het eerst seksueel verkeer hebben
    • Zij werd die nacht door hem ontmaagd. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be