noodgreep

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nood·greep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord noodgreep noodgrepen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

noodgreep m

  1. actie of maatregel die voortvloeit uit een noodsituatie
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be