nauwverholen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nauw·ver·ho·len
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen nauwverholen
verbogen
partitief nauwverholens

Bijvoeglijk naamwoord

nauwverholen

  1. nauwelijks verborgen, bijna helemaal openbaar

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be