nabevallingsrust

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·be·val·lings·rust
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nabevallingsrust
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nabevallingsrust v/m

  1. bevallingsverlof

Gangbaarheid