muilkorven

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • muil·kor·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
muilkorven
muilkorfde
gemuilkorfd
zwak -d volledig

Werkwoord

muilkorven

  1. overgankelijk een hond een muilkorf aandoen om bijten onmogelijk te maken
    • Hij moest die valse hond wel muilkorven. 
  2. overgankelijk overdrachtelijk iemand beletten te spreken
    • De oppositie werd gemuilkorfd. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

muilkorven mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord muilkorf

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be