mokka-ijs

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mok·ka-ijs
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mokka-ijs -
verkleinwoord mokka-ijsje mokka-ijsjes

Zelfstandig naamwoord

mokka-ijs o

  1. consumptie-ijs waar mokka (stijve room met koffie-extract) als ingrediënt wordt gebruikt

Gangbaarheid