middagpauze

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mid·dag·pau·ze
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord middagpauze middagpauzes
middagpauzen
verkleinwoord middagpauzetje middagpauzetjes

Zelfstandig naamwoord

middagpauze v/m

  1. De pauze rond 12 uur voor het nuttigen van de lunch.
    • Mag je de middagpauze overslaan om eerder naar huis te kunnen gaan. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be