• meer·le·dig
  • Samenstellende afleiding van meer en lid met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen meerledig
verbogen meerledige
partitief meerledigs

meerledig

  1. van iets dat het bestaat uit meerdere onderdelen
    • Vlak voordat de repetities zouden starten, kreeg ze te horen dat de productie die gebaseerd is op de Engelse tv-hit Are You Being Served? in eerste instantie niet door zou gaan wegens financiële problemen van producent 3 and a crowd. „Dat verdriet was voor mij meerledig, de producent is namelijk een goede vriend van mij. Het doet pijn om te zien hoe een klein bedrijf in deze tijd zijn nek uitsteekt om producties te maken waar hij in gelooft en dan vervolgens de stekker eruit moet trekken. Dat wil niemand. [1] 
    • „Onze kernboodschap is meerledig. Natuurlijk willen we duidelijk maken dat geweld tegen mensen met een publieke functie niet acceptabel is. Maar onze boodschap gaat een stap verder. We willen jongeren trainen hoe ze moeten omgaan in situaties waarin zich dat toch voordoet”, legt Kruithof uit. „Hoe ga je bijvoorbeeld als jongere om met groepsdruk?“ [2] 
91 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[3]
  1. De Telegraaf SOPHIE ZIMMERMAN 11 jul. 2012 Liefdesbreuk Daphne Flint
  2. De Telegraaf 13 jan. 2014 'Ouders betrekken bij normen op school'
  3.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be