maaswol

Nederlands

 
maaswol
Uitspraak
Woordafbreking
  • maas·wol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord maaswol
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

maaswol v/m

  1. garen dat men gebruikt bij het repareren van kleding
Synoniemen

Gangbaarheid

45 % van de Nederlanders;
42 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be