luchtlaag

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lucht·laag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord luchtlaag luchtlagen
verkleinwoord luchtlaagje luchtlaagjes

Zelfstandig naamwoord

luchtlaag v / m

  1. een laag van lucht

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be