lotusbloem

Nederlands

 
bloem van een Heilige lotus in de botanische tuin van de Australische stad Adelaide
Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·tus·bloem
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lotusbloem lotusbloemen
verkleinwoord lotusbloempje
lotusbloemetje
lotusbloempjes
lotusbloemetjes

Zelfstandig naamwoord

lotusbloem v/m [1]

  1. naam voor verschillende bloemen en bomen
    • In staalhoofdstad Tangshan, doorgaans de smerigste stad van China, is het lang geleden dat de lucht zo blauw was als een lotusbloem op een Qing-schilderij. Mondkapjes tegen fijnstof zijn overbodig op een ijskoude maartse tocht over het kerkhof van de Chinese staalindustrie. Uit het woud van schoorstenen stijgt slechts hier en daar asgrijze, bitter smakende rook. Schone lucht is de bijvangst van de diepe crisis in de Chinese zware industrie. [2] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Oscar Garschagen 19 maart 2016
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be