looneis

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • loon·eis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord looneis looneisen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

looneis m

  1. (economie) eis van werknemers of vakverenigingen om meer loon
    • De loonruimte die werkgevers sinds 2000 onbenut hebben gelaten, komt volgens hun berekeningen op ruim 5 procent. Dat zou vertaald kunnen worden in een looneis van 0,3 procent per jaar [1] 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. www.nu.nl
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be