looderts

Nederlands

 
1. Een brok looderts.
Uitspraak
Woordafbreking
  • lood·erts
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord looderts loodertsen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

looderts o

  1. gesteente waaruit het metaal lood kan worden gewonnen
     Volgens oude berekeningen waren tienduizenden kubieke kilometers water nodig om tot economisch winbare mineraalafzettingen te komen. “De studie van Wilkinson laat zien dat een paar kubieke kilometer vloeistof voor zink of loodertsen genoeg kunnen zijn”, schrijft Robert Bodnar van het Virginia Polytechnic Institute in Blacksburg in een commentaar op Wilkinsons artikel.[2]
     De beek ontspringt in België en stroomt bij Plombières vlak langs een berg loodhoudend mijnafval: het restant van eeuwenlange winning van looderts.[3]
     In het ruim vervoerde de Nordfrakt 2.342 ton loodsulfide-concentraat. Dit is een heel fijn grijs poeder, dat als halffabrikaat uit looderts wordt gewonnen. Het was afkomstig uit Polen en op weg naar Frankrijk, waar een fabriek staat die er zuiver lood uit wint.[4]
Hyperoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron Michiel van Nieuwstadt “Razendsnelle ertsen” (7 februari 2009) op nrc.nl
  3.   Weblink bron F.G. de Ruiter “In Geuldal moet boerenland veranderen in oerbos” (6 mei 1996) op nrc.nl
  4.   Weblink bron Dick van Eijk “Hollands glorie moet Noordzee voor ramp bewaren; Zo wordt het ruim als een blikje sardientjes geopend” (27 februari 1993) op nrc.nl