kustweg

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kust·weg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kustweg kustwegen
verkleinwoord kustweggetje kustweggetjes

Zelfstandig naamwoord

kustweg m

  1. weg langs de kust

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be