kaneelijs


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·neel·ijs
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kaneelijs
verkleinwoord kaneelijsje kaneelijsjes

Zelfstandig naamwoord

kaneelijs o

  1. consumptieijs met een kaneelsmaak
    • De desserts worden geserveerd op leisteentjes met kunstige poedersuikervormpjes, munt en aalbessen. De tiramisu (€6,50) is erg goed, romig en rijk, al had het (lekkere) kaneelijs erbij mogen worden weggelaten. De parfait van noten met gesmolten chocolade (€6,50) is prima. [1] 
    • Tip van Hans: de ene peer is de andere niet. Laten de peren behoorlijk wat vocht los tijdens het bakken? Giet dit dan af voor je de taart omkeert. Deze taart is heerlijk als hij nog warm is! Serveer hem met vanille- of kaneelijs. [2] 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Het Parool HISKE VERSPRILLE 3 NOVEMBER 2015 Smaaqt (7-)
  2. Tubantia 27-02-18 Hans van Heel Holland Bakt brengt eerste kookboek uit
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be