internetverbinding

  • in·ter·net·ver·bin·ding
enkelvoud meervoud
naamwoord internetverbinding internetverbindingen
verkleinwoord

de internetverbindingv

  1. (telecommunicatie) een verbinding met het internet
    • Ik gebruik speedtest om de snelheid van mijn internetverbinding te testen. 
     Ook de internetverbinding is overigens erg traag, maar dat terzijde.[1]
     Hier in de uitgestrekte woestijn was er weinig tot geen internetverbinding, maar zodra ik een hoge bergpas overliep checkte ik altijd even of er daar misschien wél bereik was doordat er een stad in de verte lag.[2]
  1. “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers  , ISBN 978-90-295-2622-7, p. 29
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers