integratief

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·te·gra·tief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen integratief integratiever integratiefst
verbogen integratieve integratievere integratiefste
partitief integratiefs integratievers -

Bijvoeglijk naamwoord

integratief

  1. (psychologie) (medisch) niet gebonden aan een specifieke behandelwijze
    • de integratieve psychotherapie gaat uit van de principes die ten grondslag liggen aan vele behandelmodellen 

Gangbaarheid