Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·val
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijsval ijsvallen
verkleinwoord ijsvalletje ijsvalletjes

Zelfstandig naamwoord

ijsval m

  1. bevroren waterval
  2. het naar beneden vallen van grote klompen ijs
    • Een van de Nederlandse klimmers, Wilco van Rooijen, die maandag samen met landgenoot Cas van de Gevel naar een ziekenhuis in Skardu werd gevlogen, zei in een telefonisch interview dat het ongeluk deels te wijten is aan fouten bij de bevestiging van touwen door eerdere klimmers. Dat zou onder meer gebeurd zijn in een verraderlijk ravijn genoemd The Bottleneck, op ongeveer 350 meter onder de top, waar later de ijsval plaatsvond. Marco Confortola sloot zich aan bij Van Rooijens kritiek. [1] 
    • Sinds 2000 heeft astronoom T. Jurriëns alle meldingen van ijsklompen bijgehouden. Tijdens het onderzoek kwamen ook talloze oude gevallen van ijsval aan het licht. Waar mogelijk heeft hij ze onderzocht. Alle serieuze telefoontjes waren afkomstig van personen die op een vliegroute wonen. [2] 

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad 07-08-2008 Opnieuw klimmer in veiligheid gebracht
  2. Reformatorisch Dagblad 28-10-2003 IJsklompen vallen alleen op vliegroutes
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be