ijslolly

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·lol·ly
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijslolly ijslolly's
verkleinwoord ijslolly'tje ijslolly'tjes

Zelfstandig naamwoord

ijslolly m

  1. een waterijsje
    • De kinderen aten ijslolly's in de voortuin. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be