hemzelf

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hem·zelf
Woordherkomst en -opbouw

Persoonlijk voornaamwoord

hemzelf

  1. derde persoon enkelvoud, versterkte vorm van hem
    • Ik raad jullie af, om hemzelf te gaan zoeken. 
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be