Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·jou
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van jou met het voorvoegsel ge-
enkelvoud meervoud
naamwoord gejou
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gejou o

  1. voortdurend 'je' en 'jou' zeggen, ook in situaties waarin 'u' gepast is
Synoniemen

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders;
24 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be