Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ere·lid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord erelid ereleden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

erelid o [1]

  1. iemand die als eerbewijs een bijzondere status heeft in een vereniging
    • Oud-Ajax-voorzitter Uri Coronel is maandag overleden. Hij is 69 jaar geworden. De Amsterdammer was van april 2008 tot halverwege 2011 voorzitter van Ajax. Van 1989 tot 1997 zat Coronel ook al in het bestuur van de club. Hij speelde destijds een belangrijke rol bij de verhuizing van stadion De Meer naar de Amsterdam Arena. Tijdens zijn voorzitterschap waren er veel conflicten nadat Johan Cruijff zich in 2008 weer met Ajax begon te bemoeien. Nadat hij zijn voorzitterschap in 2011 beëindigde werd Coronel erelid van Ajax. De Joodse Coronel was fel tegen het gebruik van de geuzennaam ‘Joden’ door Ajax-supporters.[2] 
  2. iemand die als dankbewijs het lidmaatschap van een vereniging wordt aangeboden
    • Dat de VVD ruim beter dan de peilingen lijkt te scoren, komt niet door de Turkije-rel, zeggen sommigen. Arend Jan Boekestijn, voormalig Kamerlid van de VVD, was het daar niet mee eens. „Erdogan wordt erelid van VVD. Zeker 5 zetels plus.”[3]  
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Wouter van Dijke 18 juli 2016
  3. NRC Derk Stokmans 16 maart 2017
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be